Fijnstof is een belangrijke parameter met betrekking tot luchtkwaliteit. Aangaande de luchtkwaliteit buiten zijn meetmethodes en grenswaarden over het algemeen helder en duidelijk. In de huidige tijd ontstaat om gezondheidstechnische redenen meer en meer interesse voor fijnstof metingen in binnenlucht. Fijnstof concentratie is inmiddels een belangrijke parameter voor de binnenlucht kwaliteit. Ten aanzien van het meten komen twee belangrijke vraagstukken op:
1) Genormeerde fijnstof meet- en monstername apparatuur is volledig gericht op metingen in de buitenlucht en derhalve niet praktisch voor metingen in binnenmilieu als kantoorruimtes en klaslokalen e.d.. Is een praktische oplossing mogelijk t.a.v. meetmethodiek en/of –apparatuur?
2) De huidige jaargemiddelde grenswaarden gelden voor de luchtkwaliteit buiten, gebaseerd op 24 uurs waarden. Hoe zouden we de meetdata moeten implementeren; wat kunnen we met de gemeten waarden?

In 2014 is een meetprotocol opgesteld voor fijnstof bepaling in kantoren en de implementatie van deze meetwaarden naar een fijnstof karakterisering van de betreffende ruimte en/of het betreffende gebouw. Dit protocol is ontwikkeld door TNO in samenspraak met de Vereniging Leveranciers Luchttechnische Apparaten (VLA). Dit meetprotocol is ontwikkeld na een vergelijkende studie van kleine draagbare optische deeltjes monitoren met een referentiesampler voor milieumetingen. Hierbij zijn tevens buitenmetingen uitgevoerd en vergelijkingen met resultaten uit het luchtmeetnet van de overheid. Dit laatste om te kunnen vaststellen of met alleen de metingen in de binnenlucht in combinatie met een meetnet, uitspraak gedaan kan worden over de fijnstofkarakterisering van het gebouw. Er is gekozen voor PM2,5 als indicator om diverse argumenten, waaronder:
• PM2,5 - fractie is een belangrijke fractie naar is sterk gerelateerd aan gezondheidsschade waardoor advieswaarden vanuit buitenluchtwetgeving en de WHO bestaan;
• Roet en het deeltjesaantal ultrafijnstof zijn mogelijk vanuit het oogpunt van gezondheid betere markers echter vereisen langdurige metingen totdat ‘gunstige’ omstandigheden zoals windrichting en windsnelheid optreden waardoor een gebouw wordt blootgesteld aan enkele verontreinigingen van een nabijgelegen drukke weg.
• PM2,5 - fractie omvat vooral kleinere deeltjes, welke nauwelijks sedimenteren, maar redelijk homogeen in de lucht blijven zweven. Neveneffecten van resuspensie van grote delen (PM10) door activiteiten in een ruimte/gebouw als gevolg van activiteiten van mensen hebben minder effect op de meting.
Als verwacht volgden alle optische stofmeters een vergelijkbare trend in de stofconcentraties over de tijd. De verschillen t.o.v. de werkelijke absolute massaconcentratie gravimetrisch bepaald liepen in deze proef, naar verwachting, wel uiteen. Echter, over het algemeen kan gesteld worden dat de geteste optische stofmonitoren redelijk goed tot enkelen zelfs zeer goed overeen kwamen met de gravimetrisch bepaalde concentratie. Middels deze instrumentatie kan dus op basis van deze studie redelijk tot heel goed online PM 2,5 concentraties bepaald worden in binnenlucht. Dit is heel praktisch vanwege de compactheid van deze apparatuur en de lage tot zeer lage geluidniveaus welke zij produceren.
Het is voor te stellen dat de fijnstofconcentraties in gebouwen beïnvloed wordt door de heersende buitenluchtconcentratie en de meteorologische condities. Alleen absoluut naar de binnenluchtconcentratie kijken is dus zeer beperkt als men iets wilt kunnen zeggen over de binnenluchtkwaliteit t.a.v. van het fijnstof en de effecten van de luchtdichtheid van het gebouw en/of de filterkwaliteit van de heersende luchbehandelingsinstallatie. Indien Op het moment als ook de PM2,5 niveaus meetdata van de buitenluchtkwaliteit wordt betrokken, is het mogelijk naar een fijnstofkarakterisering van het gebouw of de ruimte te werken en daarmee een schatting te maken van het jaargemiddelde aan PM2,5 in die ruimte.
In het ontwikkelde meetprotocol zijn voor gebouwen/ruimtes 3 klassen gedefinieerd, te weten A, B en C. Deze komen respectievelijk overeen met een geschat jaargemiddelde van < 10, < 15 en < 25 µg/m3. Het maximum voor de A klasse komt hierbij overeen met het advies waarde van de WHO. Het maximum van de C klasse komt overeen met de vanaf 2015 in Nederland geldende grenswaarde voor PM2,5 (jaargemiddeld).
Voor het meten van fijnstof in de binnenlucht biedt Ravebo BV draagbare aerosol spectrometers. Wij beschikken daarnaast ook over de technisch middelen en getrainde mensen om een goede kalibratie van deze monitoren uit te voeren.

Het betreffende meetprotocol is beschikbaar via de website van de VLA: http://www.vla.nu

Help
RAVEBO gebruikt cookies om deze website gebruiksvriendelijker te maken. Deze cookies hebben uitsluitend functionele, communicatieve of analytische doeleinden. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Voor meer informatie zie ons Cookie Statement.
Ok Weigeren
Selecteer een afdeling:*
Selecteer een afdeling.

Vul een naam in:*
Vul een naam in

Telefoonnummer:
Invalid Input

E-mailadres:*
Invalid Input

Onderwerp:*
Geef u bericht een onderwerp.

Bericht:*
Voer een bericht in.

Security*
Security
RefreshInvalid Input